Bodem Onderzoek

Het is wel bekend dat een goede basis het halve werk is of misschien in een voedselbos nog wel meer. Maar een bodem goed begrijpen kan nog best lastig zijn. Als je een bodem goed begrijpt kun je deze wel helpen beter in balans te komen voor de start van jouw voedselbos. Of je kunt betere beslissingen nemen over welke planten je plant. Er zijn verschillende onderdelen die onderzocht kunnen worden, denk bijvoorbeeld aan de kleur, de structuur, de dichtheid, en de chemische samenstelling van de bodem. Is de bodem zuur? Of juist heel basis? Of heb je een hele erge zanderige bodem? Of juist heel erg kleiachtig? De bodem kun je op verschillende manieren onderzoeken. Er zijn simpele huis tuin en keuken testjes die je kunt doen die veel zeggen. Je kunt er ook voor kiezen om alles wat geavanceerder aan te pakken. En wij hebben van deze verschillende methode van het doen van bodemonderzoek een overzicht gemaakt in dit artikel!.

Wetenschappelijk bodemonderzoek

Ten eerste kun je de bodem met een wetenschappelijke insteek onderzoeken. Je neemt dan volgens de instructies van een laboratorium bodem samples om deze dan naar het laboratorium te sturen. Het lab onderzoekt de bodem en stuurt je vervolgens een rapport toe waar allerlei informatie in staat. Er staat bijvoorbeeld informatie over de stikstof samenstelling van je bodem, hoeveel magnesium en kalium erin zit en wat de zuurgraad is. De uitkomst van zo’n lab onderzoek zijn absolute waardes. Het interpreteren is een klus op zich en het is niet altijd even duidelijk welke stappen je zou moeten nemen om op streefwaardes terecht te komen. Maar, het kan wel een eerste indicatie zijn voor hoe de bodem zich verhoud tot bepaalde streefwaardes.


Bij de Voedselboskabouters hadden we laatst een stagiair van Eurofins op bezoek die een uitgebreid bodemonderzoek deed bij Marjan’s voedselbos. Onderstaande tabel laat een voorbeeld zien van wat het resultaat kan zijn van een lab onderzoek.

Boeren moeten heel regelmatig zo’n laboratorium onderzoek laten doen (vooral om uitspoeling te voorkomen en eventuele overschotten op tijd te kunnen detecteren)..Voor een voedselbos is dat niet verplicht (omdat we niet bemesten), maar is het raadzaam om met de beplanting rekening te houden met de bodemgesteldheid. Je kunt dan denken aan het bijsturen van de C/N ratio (Carbon/Nitrogen ratio), door stikstofbinders in te zetten, vlinderbloemigen in te zetten om de hoeveelheid fosfor in de bodem ‘los’ te krijgen


De vraag is natuurlijk, hoeveel meer je gaat bereiken op de lange termijn door de natuur steeds maar bij te sturen. Een aanpak waarbij je meerdere eetbare soorten plant die het in het bestaande (op dat moment aanwezige) systeem goed doen is ook een valide, soms wel efficiëntere tactiek. Meten is weten, en zo’n gedetailleerd onderzoek helpt in sommige gevallen om beter te begrijpen waarom sommige plantjes het juist heel goed, of sommigen juist heel matig doen in je voedselbos. Daarintegen, vertelt dit onderzoeksrapport je weinig over de verdichting van je bodem, wat zeker invloed heeft op de groei kwaliteit van je planten.

Antroposofische aanpak: Chromas

Een andere techniek om de bodem te onder is de chromatografie. Je neemt net als bij de voorgaande methode monsters van je bodem. Om de monsters te onderzoeken leg je deze op een filter papier en voeg je zilvernitraat en natriumhydroxide toe. Hierdoor komt er een afdruk die het Choma heet. Zie de afbeelding hieronder voor hoe zo’n afdruk van een bodem eruit kan zien:

De zone 1 algemenen bodem gesteldheid, zone 2 staat voor de waterhuishouding en chemie van de bodem, zone 3 de toestand van het bodemleven en zonde 4 voor de humus toestand. De zones kunnen niet los van elkaar gezien worden, zo werken de waterhuishouding en de verluchting van de bodem natuurlijk op elkaar in. Hoe goed de zones in elkaar overlopen zegt iets over de gezondheid van de bodem. In onderstaande afbeelding zie je bijvoorbeeld linksboven een chroma die gemaakt is van een tuinbouwgrond monster en onderaan midden een chroma die gemaakt is van grond van een ouder bos. Je ziet dat de scheiding tussen de zones het scherpst is van het tuinbouwgrond monster.

Natuurlijk kun je nog veel meer aflezen van de chroma’s, maar helaas gaan wij daar nu voor het doel van dit artikel niet verder op in. Wel kun je meer informatie vinden hier of dit artikel van Gerard Hoto lezen. Hij doet bodem experimenten door verschillende soorten substanties (blad/groen compost en wel of geen bacterie extract) aan de bodem toe te voegen om vervolgens een bodem choma te maken om te kijken welke substantie het gunstigst is voor jou bodem. Mocht je dus interesse hebben in een chroma onderzoek neem dan contact op met ons dan koppelen wij je door naar Gerard.


Om een chroma uit te voeren heb je een bepaalde kennis nodig om de choma goed te kunnen interpreteren. Ook is het geen harde wetenschap en kun je geen conclusies trekken over bijvoorbeeld de stikstof samenstelling van de grond, wat weer wel mogelijk is bij een wetenschappelijk bodemonderzoek. Ook heb je hier weer weinig informatie over de verdichting van je bodem.

Pragmatische bodemonderzoek

Het nemen van een chroma kan lastig zijn, ook omdat het misschien niet duidelijk is hoe je de resultaten moet interpreteren. Ook het sturen van je grondmonsters naar een lab kan wat te veel van het goede zijn. Het kost namelijk wel iets om je bodem te laten analyseren bij een lab en vervolgens moet je ook maar net weten hoe je de informatie die je krijgt van het lab moet interpreteren. Daarnaast zijn er erg veel verschillende laboratoria die allemaal gegevens opleveren in verschillende vormen; al met al is het best complex en niet bepaald praktisch voor als je gewoon snel een inschatting wilt kunnen maken van hoe je bodem er ongeveer bij ligt. Vandaar dat we nu ingaan op wat huis tuin en keuken trucjes om op een makkelijke manier iets over je bodem te weten te komen.

Goed Kijken!

Het eerste praktische trucje is heel simpel: gebruik je ogen goed. De kleur van de bodem kan namelijk iets zeggen over de chemische samenstelling. Zwarte bodems hebben over het algemeen veel verteerd organisch materiaal (koolstof) en geel/rood/oranje bodems bevatten vaak meer ijzer. Het is wel belangrijk om niet blind te varen op de kleur, want soms kunnen heel verschillende stoffen een vergelijkbare kleur veroorzaken. Het is daarom belangrijk om de kleur van de bodem goed te bestuderen, zonder direct conclusies te trekken.


Bij het vaststellen van de kleur van de bodem kun je je een globaal visueel oordeel vormen (en eventueel opslaan, zodat we dit kunnen gebruiken in de vier elementen analyse). Als er bijzondere aandacht aan de kleur van de bodem besteed moet worden kunnen we er in een uitgebreide analyse ook chroma’s van maken.

Goed Voelen!

Het tweede praktische trucje heeft te maken met goed voelen. Om te bepalen hoeveel zand en klei er in de bodem zit kun je allerlei ingewikkelde dingen doen, maar het kan ook gewoon met je blote hand in het veld.


  1. Neem een handje grond (iets onder de toplaag, want anders zit er te veel strooisel in)

  2. Knijp er een bal van

  3. Valt de bal direct uit elkaar? Dan minder dan 20% klei.

  4. De bal blijft bij elkaar? Mooi er zit wat meer klei in.

  5. Rol de bal zachtjes tussen je handpalmen.

  6. Valt de bal uit elkaar? Dan minder dan 40% klei.

  7. Druk de bal met duim en wijsvinger een klein stukje in.

  8. Blijft bij elkaar, dan meer dan 60% klei.

  9. Kneed de bal stevig. Als dat nog gaat is het 80% of meer klei.


Let hierbij wel op dat de grond niet al te droog is. Een paar uur na ‘n malse regenbui is de beste tijd om deze test te doen.

Een andere simpele manier om vast te stellen wat de zand klei verhouding van je bodem is door een beetje azijn bij je bodemmonster te doen. Kun je een rupsje van je monster vormen dan is het klei grond. Als je de rups kunt buigen zonder het te breken is het erg klei. Kun je het niet vormen dan het is zanderig grond.


Nu is de voorstelling dat alle bodems uit zand en klei bestaan nogal simplistisch. Er zijn in het anorganische deel alle mogelijke korrelgroottes mogelijk, en in verschillende lagen van de bodem kan dat verschillen. Als we meer korrelgroottes onderscheiden spreken we bijvoorbeeld van zand, leem en klei. Maar er zijn ook nog fijnere onderverdelingen gemaakt. Ook zijn in verschillende regio’s van de wereld verschillende ideeën over waar de grenzen tussen de verschillende fracties liggen. Op wikipedia krijg je een beetje een idee over hoe ingewikkeld we het hebben gemaakt.


Hoe kleiner de korrel, hoe meer het zich als klei gedraagt. Hoe groter de korrel, hoe meer als zand. Over de grotere fracties zoals grind en keien hoeven we het hier even niet te hebben. Als je wil weten wat voor klei, en wat voor zand en hoeveel leem er in de bodem zit kun je de vinger test doen:


Wrijf met duim en wijsvinger een beet je bodem uit elkaar:

  • Knispert? -> zand

  • Stroef? -> leem

  • Glad? -> klei


Als je een mengsel van leem en klei hebt, dan wordt het soms lastig om te bepalen of het nou twee fracties zijn, of een fractie met een tussenmaatje. Soms is in een bezinkseltest (zie ook hieronder bij humus) best aardig te zien hoe de verhoudingen tussen de fracties zijn. Maar soms is er ook nauwelijks tabak van te maken. Meer wetenschappelijke methodes kunnen dan helpen, maar in veel gevallen weet je met wat natte vingerwerk wel genoeg. Omdat op een terrein en in verschillende lagen enorme verschillen kunnen zijn in bodem, is het nooit haalbaar om alles te weten.

Graven en Boren!

Een goede bodem houdt vocht vast, maar laat ook zuurstof bij de wortels. Het is ook belangrijk dat bomen diep genoeg kunnen wortelen om van het grondwater te drinken en om stevig te staan. Als er verdichte lagen in de bodem zijn ontstaan, dan zijn er planten en dieren die ons kunnen helpen om dat op te lossen. Bij bewerkte akkers is vaak een ploegzool te vinden, of is de bodem teveel met zwaar materieel bereden. Het is goed om te weten waar de problemen zitten, zodat we de pioniers beplanting daarop kunnen aanpassen. Omdat verdichting vaak onder het maaiveld zit is het soms lastig om uit te vinden waar deze verdichting heeft plaatsgevonden. Op plekken waar plassen blijven liggen, na een regenbui kan verdichting hebben plaatsgevonden, het kan ook aan de grondwaterstand liggen. Met een steekschop en ‘n grondboor kom je er echter redelijk snel achter wat de oorzaak van de plas is.

Het lakmoespapiertje

Er zijn eenvoudige testkits te koop om zuurgraad te meten. Volg de instructies op de meetset nauwkeurig. Als je onzeker bent over sommige metingen, doe ze dan opnieuw. Let hierbij wel op dat je onverwachte resultaten niet zomaar negeert, je zult de eerste wetenschapper niet zijn die een rare uitslag die wel klopte niet wilde geloven. Bewaar de resultaten goed, want als je later een expert uitnodigt zal die blij mee zijn met historische meetgegevens. Misschien ben je zelf wel die expert over een paar jaar.

Laat het bezinken

De verschillende kringlopen kunnen niet functioneren zonder goed samenwerkende levende organismen. Door gif, of overvragen van de grond kan de bodem uitgeput raken en het merendeel van het bodemleven eruit verdwenen zijn. Door het juiste materiaal en bijvoorbeeld wormen toe te voegen kan het herstelproces worden versneld waardoor de organische component toeneemt. Om vast te stellen hoeveel organisch materiaal in de bodem zit kun je de bezinkingstest doen. Je doet wat bodem in een jampotje en deze vullen met water met een druppel afwasmiddel. Daarna even goed schudden en laten rusten. De lichtste laag, die dus bovenop drijft, is de organische component.

Indicator planten

Je kunt ook ervoor kiezen om alleen naar de vegetatie van je terrein te kijken. Voor allerlei bodemgesteldheden zijn er indicatorplanten. Aangezien planten meerdere voedingsstoffen nodig hebben, en in meerdere omstandigheden kunnen overleven is het niet zo dat het succes van één bepaalde soort altijd hetzelfde betekent. Ook is het zo dat soms sterk op elkaar lijkende soorten een heel ander biotoop het aangenaamst vinden. Denk bijvoorbeeld aan verschillende soorten gras. Het is dus zaak om verschillende indicatorplanten te zoeken, en een meetset te gebruiken voordat je een conclusie trekt. Klik hier om een lijst van de verschillende indicatie planten te krijgen en zie wat ze kunnen vertellen over jouw bodem.

Een voedselbos was toch voor boerenlui of voor de luie boeren? ;-) !

Als je al deze manieren van het doen van bodemonderzoek ziet denk je misschien wel; Waar begin ik aan!? Maar wees gerust: het is toch niet mogelijk om alles te weten van je hele terrein en daarnaast is er ook gewoon geen heilige graal. Zoals je misschien al is opgevallen is het vooral belangrijk om goed te weten hoe je de informatie die je krijgt moet interpreteren. Daarnaast, is het handig om verschillende vormen van bodemonderzoek te combineren. Of je het nu leuk vindt of niet bodemverdichting zal toch wel vragen dat je wat gaat graven, en om exact de stikstof samenstelling van je grond te weten is een wetenschappelijk onderzoek toch handig. Maar het is wel goed om te onthouden dat de bodem erg complex is en er veel verschillen kunnen zitten tussen de verschillende stukken van jouw terrein. Het blijft altijd het meest belangrijk om goed te observeren hoe je voedselbos zich in de tijd gedraagt, experimenten te doen, en van de resultaten te leren.


In de permacultuur werkt men zoveel mogelijk samen met de natuur. Zoals je in het stukje indicatorplanten kunt zien is de natuur graag bereid om te laten zien wat er aan de hand is. Ze is er ook erg goed in zich aan te passen aan de lokale situatie. Als je in de loop van je tijd op bepaalde plekken planten plat loopt, op andere plekken altijd je koffieprut gooit, en weer op een andere plek je koolstronken, dan zie je vanzelf dat er door je aanwezigheid dingen veranderen. Hoe meer je observeert, met al je zintuigen, en hoe minder energie je steekt in veranderingen, des te meer energie gaat de natuur stoppen in de plek. Positieve verandering gaat vaak op de lange termijn sneller als je niet ingrijpt. Door niet in te grijpen groeit het vermogen van de natuur om zelf dingen te verbeteren namelijk veel sneller. Dat klinkt misschien wat zweverig, maar het is ook met beide voeten op de grond goed te verklaren.