Van Grasland naar Voedselbos

Elke beginsituatie is uniek, dat zoeken we met onze klanten altijd uit via de voedselboskabouters vier elementen analyse, en dan maken we een plan van aanpak in een vlekkenplan sessie. Maar er zijn ook wel overeenkomsten tussen projecten, en het is wel eens handig om generieke informatie te delen zodat niet iedereen opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. Dit artikel gaat over een voedselbos wat op een grasland begint. Dat kan een weide zijn, een hooiland, maar ook een groot gazon natuurlijk. Als het maar een terrein is wat voor het grootste deel bedekt is met gras.

Hoe gras toch niet de aartsvijand is

In tegenstelling tot pionierskruiden die vanzelf opkomen op een akker, is gras erg hardnekkig als het zich op een plek gevestigd heeft. In natuurlijk grasland groeit het gras regelmatig meer dan een meter hoog. Voor een voedselbos is het een goed idee om niet te maaien, en niet te ploegen maar gras is niet zo voedzaam, dus wat te doen.


Wat we willen bereiken is een goed doorwortelde bodem, met veel bodemleven. Gras helpt daar best aardig bij, dus is geweld soms helemaal niet nodig. We bespreken eerst een paar strategieën met verschillende hoeveelheid ingrijpen. Aan het eind bespreken we nog wat soorten die goed werken in de strijd tegen het gras.

Optie 1: niets doen

Als je niets doet vestigen zich tussen het gras vanzelf allerlei kruiden waar altijd wel iets eetbaars tussen zit. Op de meeste bodems veranderd grasland zonder enig ingrijpen vanzelf in bos, en in de tussenfase zie je dan een natuurlijke bloemenweide.


Wachten tot moeder natuur al het kruidenzaad komt brengen vergt wel wat geduld, zeker als je ver van een hoge diversiteit aan bloeiende kruiden vandaan zit bijvoorbeeld in een polder.

Optie 2: zaaien

Het is een goed idee om in elk geval een belangrijk deel van je voedselbos uit biologisch zaad te kweken. En hoe eerder je zaait, hoe eerder er wat gaat kiemen. Berken doen het bijna overal, en elzen zijn ook makkelijk te zaaien. Als die boompjes tussen het gras gaan groeien, dan wordt het gras vanzelf minder en verbetert de bodem voor fruitstruiken, die je er dan later achteraan kan stekken of kweken. Uiteraard kun je ook iets grotere bomen kopen om het proces te versnellen daar komen we straks op. Kruiden kun je ook uitstekend tussen het gras zaaien. Het is dan misschien wel slim om een klein stukje schoon te maken en daarin te zaaien, want als je zaad zo tussen het gras strooit duurt het lang voordat het voldoende is toegedekt om te kiemen.

Optie 3: planten

Als je meteen wat grotere bomen zet dan heb je de eerste jaren meer blad en schaduw, en zal het gras dus sneller terrein prijsgeven. Naast fruitbomen planten we graag ook flink wat wijkers in het gras zoals berk, els, linde. Welke boom het meest nodig is hangt van de omstandigheden af uiteraard, maar aan deze drie zul je je zeker geen buil vallen. Veel kleintjes is beter dan enkele groten, dus bestel liever veel dan groot.


Kruiden kun je ook planten, en het voordeel is dan dat je iets grotere planten kunt zetten die meteen goed tegen het gras op kunnen. Bijvoorbeeld smeerwortel of mierikswortel zijn hiervoor heel geschikt. Maar er zijn duizenden anderen op te noemen. Luzerne, pupine en klaver binden daarnaast stikstof en verbeteren zo ook nog de bodem. Grotere planten zetten is wel wat meer investering, dus vaak wachten we hier even mee tot we zien wat goed lijkt te gaan werken. De ontwikkeling van de onderlaag is sowieso een meerjarenplan.

Optie 4: mulchen of sheetmulchen

Uit de permacultuur komt deze optie. Het idee is dat het gras wordt afgedekt, en dan sterft. De bodem wordt niet gekeerd, wat als voordeel heeft dat het bodemleven niet wordt verstoord. Dit wordt soms met alleen mulch, soms met karton en compost of mulch, en soms zelfs met landbouwplastic gedaan. Het gras wat er stond wordt door de wormen de bodem ingewerkt en verhoogt meteen het gehalte organische stof. Als je niet alles in één keer doet kun je zien welk recept van sheet en mulch en timing het beste werkt. Net als de voorgaande opties wordt bij deze optie de grond nauwelijks gecomprimeerd, en blijft het bestaande bodemleven grotendeels in tact. De laatste optie die we overwegen heeft dit voordeel niet, maar geeft wel een zekerder resultaat in de bestrijding van het gras.

Optie 5: omwoelen en wortels verwijderen

Voor deze opties zijn machines te vinden, zoals een frees of eventueel een trommelzeef. Maar dat vinden we vaak een duurder en minder duurzaam idee. Desalniettemin, gaat het dan wel sneller en kun je eventueel op bepaalde plekken deze afweging wel maken. Je kunt ook een methode met dieren kiezen. Een paar varkens en een ploegje kippen woelen ook graag de grond om. Het is niet altijd praktisch of toegestaan om dieren op een terrein te zetten, dus dat verdiend wel even wat voorbereiding en uitzoekwerk. Het is natuurlijk wel heel fijn als je alle grassen in een keer kwijt bent en met bemeste en losgemaakte grond mag beginnen met je voedselbos. En de varkens en kippen die dit mogen doen hebben zoals gezegd een prachtig leventje. Het is wel zo netjes om over de hele levensloop van de dieren goed na te denken voor je hieraan begint. Er kleven overduidelijke ethische en milieu nadelen aan deze optie in verband met het gevangen houden en vervoeren van dieren of de fossiele brandstof nodig voor de machines. Dat mag iedereen voor zichzelf afwegen, maar denk er even goed over na.

Combineren is toch het beste

Vaak is er een combinatie van deze strategieën het beste. En die passen we dan aan aan de plek. Als je bijvoorbeeld omwoelt zonder de wortels te verwijderen, dan kun je het gras ook flink terugdringen door een ander mengsel van kruiden te zaaien. Vaak is nog één keer omwerken wel een goed idee om de verdichting op te lossen. Met name als het grasland met trekkers is bewerkt, en er veel klei in de bodem zit is de toplaag soms bijna ondoordringbaar. Dan krijgt je de bodem door omwerken toch een voorsprong op andere oplossingen. Als je dan toch aan het omwerken bent is het in enkele gevallen raadzaam om nog dieper te gaan, maar als er een ploegzool in getrokken wordt dan is het juist weer niet handig. Zo is elk terrein uniek, en elke voedselbosboer zal een eigen afweging maken.

De soorten die het van gras kunnen winnen

Laten we zoals beloofd nog even kijken naar wat soorten die goed tegen gras op kunnen. Bij de kruiden kijken we naar soorten die ook makkelijk weg te halen zijn als je andere kruiden wilt introduceren. Zoals bijvoorbeeld lange weegbree, paardenbloem, duizendblad, kaasjeskruid. Om in te schatten welke kruiden bij jou het best gaan werken kun je een bodemonderzoek doen en pfaf.org af gaan struinen. Maar het is soms veel makkelijker om gewoon in de buurt te kijken wat er al staat op plekken waar niet gemaaid is. Daar is meestal wel zaad van te oogsten en dat kun je dan introduceren. 100 soorten in zaaien of stekken is goedkoper op deze manier dan een uitgebreid bodemonderzoek, en misschien ook wel leuker dan achter de computer zitten om zaad te kopen.


Bij de bomen kijken we weer naar soorten die het in de buurt goed doen, en ook naar soorten die goede schimmelrijke bladcompost leveren die voor gras niet zo lekker is. Dat zijn bijvoorbeeld beuk en eik. Er is ook weer een balans te zoeken hier, want als je een dicht beukenbos maakt zul je ook weer flink moeten ingrijpen om bijvoorbeeld bessen aan de praat te houden op lange termijn. En beuk groeit ook heel langzaam. Vaak ben je dan met bijvoorbeeld esdoorn, wilg, berk, els, en linde sneller op het juiste pad. Een wandelingetje om wat zaad en stekjes te verzamelen is vaak de beste methode. Veel verschillende dingen proberen, en datgene wat werkt blijven doen is bijna altijd een goede strategie.